Close your eyes and think of Belarus

“Close your eyes and think of Belarus. Now tell me what you see. ” Iets van die strekking vroeg ik aan mijn Facebookvrienden toen ik in India aan mijn boek aan het schrijven was. Want na twaalf jaar was ik wel een beetje kwijt hoe mensen die het land niet kennen er tegenaan kijken. Terwijl ik wél voor mensen die het land niet kennen schrijf.  (U dus. Maar straks, als u mijn boek gekocht en gelezen heeft, kent u het wel. Streept u al af tot februari?)

Ik schrok van de vooroordelen die ik terugkreeg. Maar toen ik zelf voor het eerst in het land was, was ik nog niet eens bevooroordeeld. Dat was op mijn 19e, en het was omdat de trein naar Sint Petersburg er dwars doorheen ging. Ik had gewoon nog nooit lang bij het bij het bestaan van Wit-Rusland stilgestaan. Dat lang stilstaan kwam pas op de grens, toen het smallere Sovjetonderstel onder de trein geschoven moest worden. Goh, Wit-Rusland, zeiden we tegen elkaar. Wat is dat eigenlijk voor land? ´Prediker´ wist te melden dat er een rare dictator zat, oldskool en behoorlijk naar. Wat voor hem een logisch bruggetje was om over Transnistrië te beginnen, toen ookal een noviteit voor mij.

In het land zelf zagen we alleen maar berkenbomen, berkenbomen, berkenbomen en berkenbomen. In Minsk stapte een van ons even uit de trein. Zonder schoenen, paspoort of geld (telefoons hadden we toen nog niet). Dat kon wel, dacht hij. De conductrice stond immers ook op het perron, dus hij voelde zich prima senang. Tot de trein begon te rijden en de conductrice een sprintje trok. Daar ging ook hij, held op sokken.

Deze eerste kennismaking was genoeg om bij terugkomst in Nederland te melden dat het Wit-Russische landschap het saaiste was dat ik ooit had gezien en dat Minsk de lelijkste stad was die ik kende. Maar ik begon wel met lezen, dat wel. Loekasjenka in internationaal perspectief.

Bij mijn volgende bezoek in 2000 zag ik dictatuur in het klein. Ik was twee weken in het land, om seminars te geven. Dat was een project van de Landelijke Studentenvakbond en de Belarusan Students Association, (die toen al op het punt stond verboden te worden) om studenten te ondersteunen bij het opzetten van onafhankelijke studentenraden. Heel oppositioneel hoefden die raden wat ons betreft niet te worden. Het verlaten van de avondklok op de dorm of het organiseren van een volleybaltoernooi was wat ons betreft al genoeg.

In aftandse zaaltjes in hotels en scholen, in dorpjes waar mensen naar ons toe kwamen omdat ze nog nooit een buitenlander hadden gezien, gaven we samen met onze Wit-Russische collega’s workshops over vrije verkiezingen, over beleidsplannen, over hoe je samenwerkt in een bestuur. Allemaal nieuw voor de seminargangers, die gewend waren dat een klassenvertegenwoordigers door de rector worden aangewezen. Dat je ruggespraak moet houden met je achterban, snapten ze niet. Dat je vooraf moet vertellen wat je van plan bent, snapten ze niet. Dat de voorzitter niet per se de ‘baas’ van een bestuur is, snapten ze niet.

(Ex S., met wie ik daar toen werkte, probeerde dat uit te leggen door met zijn fameuze subtiliteit te zeggen dat bij de LSVb de voorzitster vaak ‘just a pretty face’ was. Nee lekker, als je al steeds merkt dat vrouwen geen hand krijgen, wegens niet belangrijk genoeg. We waren toen nog niet eens samen en ik werd er toen nog ouderwets kwaad om, terwijl dat dus niet kon, omdat we samen een seminar voorzaten. Maar toen we later in ons appartement knus samen de kaart moesten lezen, met mijn gebrekkige richtingsgevoel en zijn onvermogen tot het onthouden van de cyrillische letters was ik niet boos meer. Ja sommigen zaten op zo’n soort anekdote te wachten, nou, hier is tie. Meer krijgen jullie niet en de rest is al helemaal geschiedenis. Hop, nu weer verder met schrijven voor iedereen )

Het was dus echt keihard werken, die seminars, met veel verrassingen.  Zo zat ik op een gegeven moment met een subgroepje dat moest bedenken hoe de vertegenwoordigingsstructuur moest worden. ‘Eigenlijk is het heel raar, als de centrale studentenraad over onderwerpen bij geschiedenis praat, dat er dan ook scheikunde studenten inzitten.” Zei een jongen. “Ja, misschien moeten opleidingsproblemen op opleidingsniveau worden opgelost.’, reageerde een meisje. Ik kneep in mijn handjes.  “Maar dan kan de centrale raad op twee manieren gekozen worden”, zei de jongen. “Door alle studenten, of door de leden van de opleidingsraden.” Het meisje dat met de stift in haar handen bij het flipovervel zat, keek naar me, of ze dit mocht opschrijven om straks te presenteren. Ik was trots, en wilde ze nog een klein beetje verder uitdagen en met ze op zoek naar controle en verantwoording.  “Wat nu, als straks de centrale raad niet functioneert? Wat doe je dan?” Mijn kleine groepje vond dat helemaal geen moeilijke vraag. “Dan vraag je de rector om ze te ontslaan.”

Bij het bier ’s avonds hoorden we hoe deze actieve studenten gepest werden. Hoe een jongen op Loekasjenka’s partij had gestemd, omdat zijn hele dorm vervroegd moest stemmen en de stemmen ter plekke geteld werden. Hoe gedreigd werd met ontslag van ouders. Hoe je bij de KGB geroepen kon worden als je had gepraat met iemand van de oppositie (‘onze’ studenten dus).

Ja, de KGB. Dat was het moeilijkste. Vragen over het structureren van een beleidsplan, of de taakverdeling in het bestuur, daar kon ik best antwoorden op geven. Maar op de vraag ‘Hoe ga je om met de KGB’, daar had ik geen antwoord op. S., met al zijn bravoure, evenmin.

Mijn appartement in Minsk ligt in het zelfde blok als het KGB hoofdkantoor. Ik verheug me er waanzinnig op om weer naar Wit-Rusland te gaan. Ik wilde dit logje eigenlijk benutten om uit te leggen dat Wit-Rusland zoveel meer is dan een nare dictatuur met saaie berkenbomen. Om uit te leggen waarom ik zo zielsveel van dat land ben gaan houden. (Dat heeft namelijk, contrary to popular belief, werkelijk niets met knus kaartlezen te maken.) Ik geloof niet dat dat gelukt is- integendeel. Maar dat komt in een volgend logje wel.

11 reacties

Opgeslagen onder Franka

11 reacties op Close your eyes and think of Belarus

  1. Cisca

    Nu, kom maar op met dat volgende logje dan. I am ready.

  2. Prediker

    Wat mij vooral verbijstert is dat je een gesprek in een trein van elf jaar geleden nog zo goed voor de geest kan halen.

  3. Franka

    Ja, hallo. Het ging over Wit-Rusland. En ik kende jou toen nog niet, dus je hebt indruk gemaakt. (Dat is echt waar, hence mijn overredingsactiviteiten in de trein terug)

  4. Hoe anders dan mijn eerste ervaring van Wit-Rusland. Mijn vrouw is in 1996 ooit één van de oprichters geweest van sktt. Doordat wij zelf destijds ‘n eetcafé hadden en nogal klein behuisd waren duurde het nog tot 2005, eer wij zelf twee Wit-Russische meisjes, Lera en Natasja, 1½ maand mochten huisversten. Ondanks mijn scepsis, bleken het onvergetelijke weken. Waardevol voor zowel hen als voor ons, een westers gezin dat alles heeft…
    In 2006 kreeg ‘n klein groepje bestuursleden en gastouders de mogelijkheid naar ‘n kijkje te nemen, in de plaatsjes, waar ‘onze kinderen’ vandaan komen. We konden mee met de bus van Stichting weeskinderen Zhlobin, een initiatief uit Muiden (inmiddels opgeheven, red). Dat betekende dat wij vanuit Zhlobin, nog 5 uur in ‘n oud legerbusje moesten reizen naar Loev en vervolgens nog 1½ uur naar Bivalki, aan de Djnepr, de grensrivier tussen Belarus en Oekraïne.

    De eerste indruk van Belarus was de grensovergang tussen Polen en Brest. De smalle brug met het grensstation, waar het oponthoud voor vrachtverkeer kon oplopen tot ‘n dag of meer. Veel douanebeambten, met petten zo groot als ‘n pizzabord. De een voelt zich nog belangrijker dan de ander en ‘t is dat we ‘n bordje ‘humanitaire hulp’ achter het raam hebben zitten en de Wit-Russische schoondochter van de voorzitter van de stichting uit Muiden meehebben. Anders had ‘t vast nog langer dan 4 uur geduurd. Gelukkig slaan ze geen acht op de 2000 paar schoenen, die de Terschellingers nog even mee hebben genomen en die niet op de douanelijst staan…
    Dan volgt een rit als door een filmdecor. http://bit.ly/bH4O4C
    Langs flats, zoals ik ze alleen ken van achter ‘t Centraal Station in Utrecht, gezien vanuit de intercity Leeuwarden – Rotterdam. Maar dan nog verwaarloosder. Langs dorpen, die ik alleen ken van reportages uit Roemenië, in de tijd van Ceauşescu. Maar dan armoediger. Over wegen, die ik alleen ken uit België, lang geleden, maar dan slechter.
    Zhlobin is een vuile stad met enkele geasfalteerde lanen, maar met een keurig plein in het centrum. Wanneer je één steeg doorgaat, sta je in de wijk erachter. Vuile flats van 4 hoog met scheefgezakte balkons waaraan de ‘schone’ was vuil hangt te worden. Bij een houten flat langs het spoor, staat een oude Wolga op blokken. Het zal nog wel even duren voor er weer wielen onderzitten. Op de markt wordt gehandeld en gebedeld. Het weeshuis is netjes. Voor Wit-Russische begrippen. Iedereen doet z’n best met de beperkte middelen. Dat de wc ‘s, zonder bril, doorgespoeld moeten worden met ‘n emmer water deert niet. Het is in elk geval een stuk beter als het gat in de grond, bij het tankstation. De warmte voor de stadsverwarming, als ‘ie het doet, dwz óf niet, óf roodgloeiend, komt van de grote metaalfabriek. Ik zeg stadsverwarming, maar slechts een handjevol (vooral overheids-)gebouwen zijn hier op aangesloten.

    Later rijd ons groepje Terschellingers nog ‘ns vijf uur zuidwaarts. Door berkenbossen waar geen eind aan lijkt te komen. Slechts zelden onderbroken door een stuk landbouwgrond of een dorp met houten huizen. We maken een tussenstop in Loev, een stadje aan de Dnjepr, met veelal onverharde straten en een wirwar aan huizenblokken. Telefoon en elektriciteitsdraden hangen als slingers tussen gevels en houten palen. We drinken thee en wodka en toasten op de hereniging. Natuurlijk staat de tafel vol met lekkers. Dat hoort hier zo…

    Dan moeten we nog 1½ uur naar het zuiden. Verharde wegen zijn hier niet meer. Enkel graanakkers en natuurlijk de eeuwige berkenbossen. Het schijnt dat het graan van hier net zo lang gemengd wordt met graan uit andere delen van Wit-Rusland, totdat de radioactieve waarde onder het toegestane niveau zit. De Wit-Russische meisjes zingen een melancholisch lied in het busje. In de schemer komen we in Bivalki aan. Modderige straten met snel opgetrokken huizen van gipsbeton. Houten huizen zijn zelfs ‘ingepakt’ in gipsblokken tegen de straling… (!) Lage 2-hoog blokken, 24 jaar terug snel gebouwd voor de evacuees, staan alweer op instorten. Valentina, onze gastvrouw, woont in ‘n typisch houten Russische boerenwoning. Alles onder één dak: wonen en stallen, mens en dier. Behalve de wc. Dat is een rond gat in ‘n houten plank over een kuil in de tuin. Er staat ‘n hokje over, dat dan weer wel. Gezien de stank is ‘t maar goed dat ‘t wat van het huis afstaat. Achter de groententuin liggen de uiterwaarden van de Djnepr. Aan de andere kant van de rivier ligt de Oekraïne… Binnen staat de tafel alweer vol. Blini, worst, rode koolsalade en natuurlijk wodka. Om vriendschappen te bezegelen.

  5. Franka

    Wel een heel herkenbaar verhaal hoor, al ging mijn beschrijving meer over mentaliteit dan om landschap/milieu/leefomstandigheden.

    Eén van die eerste seminars in 2000 was in Orsja, dat is waar de trein splitst tussen een deel voor Moskou en Petersburg. Daar had ik me in 1998 al verbaasd over de enorme hoeveelheid Wit-Russische roebels die je voor je Russische roebel kreeg. (Van oude vrouwtjes zonder tanden die je eigenlijk courgettes willen verkopen) Het stadje heeft nog net wel een verhard Leninplein, maar verder bestaat het uit houten huisjes en zandwegen. Was voor mij even gek om te realiseren: Die studenten op onze seminars, met hun hoge hakken, make up, haarlak en voorliefde voor Bon Jovi wonen dus in zulke huizen.
    Ook was ik toen, die eerste keer al in Gomel, maar zuidelijker zijn we toen nog niet gegaan. Er was sprake van dat we zouden gaan zwemmen, daar had ik toen wel bedenkingen bij maar vond het moeilijk om die als passant te uiten. De mensen met wie ik werkte wóónden er immers…
    Later ben ik wel veel meer in het Zuiden geweest, uiteraard. (Maar wel altijd met ‘grote stad’ Minsk als uitvalsbasis) Grappig, ik ken Zhlobin wel. En jouw beschrijving is zo ongeveer de eerste waarin niet van felgekleurd speelgoed gerept wordt ;-)

  6. Emma

    O, Zhoblin, is dat die stad waar de mensen deels worden uitbetaald in de producten die in de grootste fabriek van de stad worden gemaakt? Dat felgekleurde speelgoed waar jij het over hebt, Franka?

  7. Franka

    @’Emma’ Ja! Wat heb je een goed geheugen zeg… Mijn fijne meelezer… Hadden we het daar ook nog over gehad, of heb je het echt onthouden van het lezen? Ik zat er namelijk over te denken om het helemaal te schrappen, omdat ik het nu twee keer noem (Bij de trip met Galja, met radunitsa (/eten op het graf van vreemden) en later bij de evacuees in Minsk- waar die stoel, die P uit angst niet voor D wilde kopen, in de gang staat) en het alleen maar werkt als je het bij de tweede keer lezen nog weet van hoofdstuk vier. Ik dacht dat mensen het niet zouden onthouden omdat het maar zo’n detail was. Maar blijkbaar onthouden ‘mensen’ het toch wel, in elk geval jij. Wat is je mening?

    • Emma

      Nou, het is me klaarblijkelijk zelfs ver na het lezen van H4 bijgebleven, dus dat moet een detail zijn dat me is opgevallen. En anderen dus waarschijnlijk ook. Ik vond (en vind) het zelf zo vreemd: dat je mensen, ook als ze geen kinderen hebben, uitbetaalt in een niet schaars goed, dat dus veel minder waard is in die regio dan het zou opleveren in een speelgoedwinkel elders. En omdat je het zo beeldend vertelt: als je het leest, ZIE je ook echt zuurstokroze knuffelbeesten langs de kant van de weg… Er in houden dus! Het maakt het beeld dat ik van WR had (grauw, grijs en vuil) namelijk een stuk levendiger.

      • Franka

        Haha wat een grappige economische kijk erop. Als er geen geld is, maar wel speelgoed, geef je speelgoed. Simpel toch? (Ik had je toch wel eens verteld over mijn vriendinnetje A die in Kopenhagen bedrijfskunde studeerde en zei dat de Deense studenten veel meer wisten over ‘capitalismS’ en dat ze daarom achter liep? En dat ze, toen ik haar vroeg een voorbeeld te geven, zei dat zij bijvoorbeeld moest leren over de wet van vraag en aanbod, terwijl het voor de Deense studenten vanzelfsprekend was?)
        Dat terzijde. Dank je voor je feedback. Dan mag het blijven (en ik geloof zelfs maar met de onbenoemde terugverwijzing van H10 naar H4, dan). Ik luister gehoorzaam naar je!!!!!

  8. Tja, als je mensen vraagt naar hun beeld van een land dat ze niet kennen, zul je alleen maar vooroordelen krijgen. Maar de mensen die niet op die oproep hebben gereageerd, zijn misschien de mensen die, net als jij, geen beeld hadden van het land.

  9. Franka

    @wiek: Voor de duidelijkheid: Ik wilde de vooroordelen weten, zodat ik wist wat ik moest ontkrachten of bevestigen. En dat is gelukt!

Geef een reactie

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s