Afgelopen week had ik themadag bij mijn werkgever. Niet op mijn werkgebied. Movisie hield een presentatie. Input daarvoor was een casus uit “de rotonde van Hamet”, een studie van Nicis. Iedereen weet dat onderstaande verhaal praktijk is. Ik mis alleen het kopje “en het moest van de katholieke kerk”.
Rug tegen de muur – “Wij staan met onze rug tegen de muur en kunnen geen kant op”, vertelt Freek. Samen met zijn vrouw Jannie heeft hij acht kinderen. Ze moeten rondkomen van €80 leefgeld per week. “Dat gaat dus niet”, zegt Freek. Hij is niet erg tevreden over de hulpverlening. “Soms lijkt het alsof ze geen idee hebben wat hier gaande is. De hulpverlening en andere instellingen werken te veel volgens de regels. En daar passen wij gewoon niet in”, licht hij toe. Freek en Jannie hebben meer geld nodig om hun gezin te kunnen onderhouden. Ook willen zij dat de hulpverleners zich meer in hun situatie verplaatsen en met hen meedenken.
Meerdere instellingen - In de afgelopen jaren heeft de familie met verschillende organisaties en diensten te maken gehad. Zo regelde het maatschappelijk werk een andere woning omdat buurtbewoners het gezin regelmatig pestten. RIBW (Regionale Instelling voor Beschermd Wonen) ondersteunde het maatschappelijk werk om het gezin te helpen en intensiveerde later de eigen hulp. De ene RIBW-medewerker begeleidt Freek, de ander praat met Jannie. Een bewindvoerder beheert de financiën. Ook heeft het gezin te maken met de afdeling Sociale Zaken van de gemeente (voor bijzondere bijstand), de Belastingdienst (vanwege een schuld en het regelen van de kinderbijslag, zorg- en huurtoeslag), de afdelingen Schuldsanering én Werk en Inkomen van de gemeente, het UWV (Werkloosheidswet en Ziektewet), het CWI (Centrum voor Werk en Inkomen; voor werk en uitkering), het reïntegratie programma), de woningbouwcorporatie, de scholen van de kinderen, Bureau Jeugdzorg en het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling. Freek en Jannie hebben niet het gevoel dat ze veel met de hulpverlening zijn opgeschoten. Dat komt door onderstaande ervaringen, die in hun leven eerder regel dan uitzondering zijn.15
Onder het minimum – Aanvankelijk verdient Jannie €900 per maand en krijgt Freek een uitkering via de Werkloosheidswet (WW). Begin maart 2006 komt er een brief bij de bewindvoerder van Freek binnen dat zijn WW-uitkering wordt stopgezet per 1 april 2006. Per 1 april zou het gezin dus nog maar een inkomen van €900 hebben. Het minimum inkomen voor een gezin met acht kinderen bedraagt €1200. Freek probeert direct een afspraak te maken bij het CWI om een aanvullende uitkering aan te vragen van €300. Van het CWI krijgt hij echter te horen dat hij pas een afspraak kan maken als zijn uitkering daadwerkelijk is gestopt. Op 1 april probeert hij weer een afspraak te maken. Dan blijkt er een wachtlijst van drie weken te zijn. Tijdens de afspraak een paar weken later krijgt Freek te horen dat hij eerst zijn heffingskorting, kinderbijslag, zorg- en huurtoeslag door de Belastingdienst moet laten berekenen. Dat kan immers ook genoeg zijn om het inkomen van Jannie aan te vullen. De Belastingdienst komt uiteindelijk met een berekening die op verouderde gegevens is gebaseerd. De berekening moet over. Medio augustus 2006 krijgen Freek en Jannie nog steeds geen aanvullende uitkering. De familie leeft al enkele maanden onder het minimum inkomen.
Sport – Freek wil zijn kinderen graag naar een sportvereniging sturen. “Dat is goed voor hen. Daar doen ze sociale contacten op.” Het gezin kan de contributie niet zelf opbrengen. De sportsubsidie van de gemeente is gebaseerd op een gezin met twee kinderen. Dat is te weinig voor het gezin van Jannie en Freek. Geen sport voor de kinderen dus.
Wel of niet aan het werk? - Freek krijgt verschillende signalen van de organisaties waarmee hij te maken heeft. Zo moet hij werken van het CWI, vertelt de huisarts hem dat hij beter nog even kan thuisblijven en stellen de maatschappelijk werkers voor om vrijwilligers werk te gaan doen op de Buurtbus. Moet hij nu wel of niet aan het werk?
Winterjassen - Freek en Jannie zouden €2400 bijzondere bijstand van de gemeente krijgen, in drie tranches van €800. Door bonnetjes te overleggen moeten zij laten zien dat het geld verantwoord is besteed. Toen Freek, Jannie en de kinderen in hun huidige huis kwamen wonen, dreigde de energieleverancier om de energie af te sluiten. “En toen begonnen ze te dreigen met de Kinderbescherming. Omdat wij niet goed voor de kinderen zouden kunnen zorgen”, zegt Freek. Met de eerste €800 bijzondere bijstand besloten Freek en Jannie winterjassen voor de kinderen en zichzelf te kopen. Ze raakten de bonnetjes kwijt, waardoor ze het geld niet meer konden verantwoorden. Bovendien was het geld gelabeld voor meubels. Ze moesten de bestede €800 terugbetalen aan de afdeling Sociale Zaken en zouden de andere €1600 niet krijgen. Freek en Jannie vallen onder de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP) en mogen geen nieuwe schulden aangaan. “Toen werden we dus beschuldigd van fraude”, vertelt Freek. En dat schoot de familie in het verkeerde keelgat. Freek: “De bewindvoerder heeft geld van ons op een rekening staan. Daar storten ze de kinderbijslag op. Daar kunnen we niet bij. We komen nauwelijks rond van het weekgeld. Als je dan geld krijgt, zorg je voor je gezin!”

Pingback: De staat van de verzorging in de VS « jeuk
Helaas geen onbekend verhaal.
Het heeft echter nogal wat te maken in welke gemeente, cq district je woont.
Al dan niet verborgen armoede komt veel te vaak voor. M.n. bij kinderen en een-oudergezinnen.